Bel ons:

Activerende didactiek: trainen in vier fases

Activerende didactiek in vier fases

Cursisten leren effectiever wanneer ze actief betrokken worden bij het eigen leerproces. Als trainer kun je daarop inspelen door een activerende didactiek toe te passen.

Leren is geen passief proces dat cursisten opgelegd krijgen, maar een proces dat ze zelf aangaan. 1 Als trainer is het dan ook raadzaam om activerend te werk te gaan. Je wilt cursisten stimuleren actief deel te nemen aan je sessies, zodat ze het leerproces bewuster doormaken. Als je ze fysiek in beweging krijgt, is de kans bovendien groot dat je hun creativiteit stimuleert. 2 Overigens is dit makkelijker gezegd dan gedaan. Je moet immers ook rekening houden met het groepsproces, het energieniveau en allerlei externe factoren.

Activerende didactiek

Er zijn verschillende perspectieven op activerende didactiek. Volgens het boek Effectief leren uit 2020 moet het in ieder geval voldoen aan vier voorwaarden. Allereerst moet je het leren en denken van de cursisten activeren. Daarnaast moet je het leren en denken zichtbaar maken. Verder moet je iets doen met de leeropbrengst. Ten slotte benut je de samenwerking tussen de cursisten. 3 Met andere woorden: je wilt het leer- en denkproces van de cursisten expliciet activeren, praktisch toepasbaar maken en waar mogelijk in groepsverband stimuleren.

Zoals elke didactische benadering gedijt activerende didactiek bij een grondige voorbereiding, een weldoordachte opbouw en een gestructureerde werkwijze. Allereerst moet je de leerstof opdelen in deelonderwerpen die je stapsgewijs doorloopt. Het is cruciaal om geen stappen over te slaan, want daarmee verstoor je het leerproces. Daarnaast moet je de groep tijdens elke stap activeren op een manier die op dat moment gepast is.

Activerende didactiek in vier stappen

Als je activerende didactiek wilt toepassen op je trainingen, kun je een trainingsstructuur aanhouden die bestaat uit vier stappen: activatie, theorie, toepassing en reflectie. Door deze stappen gestructureerd te volgen begeleid je de cursisten in het leerproces en schep je de voorwaarden waarin ze zich de leerstof eigen kunnen maken.

1. Activatie

Als cursisten aan een leertraject beginnen, beschikken ze al over voorkennis. Die kennis beïnvloedt de wijze waarop ze informatie filteren en interpreteren. 4 Soms kan dat in de weg zitten, omdat je te maken krijgt met kennis die niet klopt, houdingen die niet productief zijn en overtuigingen waar je het niet mee eens bent. Je kunt er echter niet omheen – zeker niet als je een activerende didactiek nastreeft. Daar komt bij dat het cursisten helpt als ze nieuwe kennis kunnen verbinden met wat ze al weten. 5 6

Het is dus zaak de aanwezige kennis zo snel mogelijk naar boven te halen. Dat heeft drie positieve effecten. Ten eerste stel je de cursisten in staat deze voorkennis bewust aan de leerstof te verbinden. Ten tweede creëer je een vertrouwd kader waarin je de nieuwe materie een plaats kunt geven. En ten derde vorm je jezelf als trainer een beeld van de behoeften van de afzonderlijke cursisten en van de groep als geheel.

2. Theorie

Als je als specialist theorie uit de doeken doet, kun je te maken krijgen met een kennisvloek: voor jou is bepaalde specialistische kennis zo vanzelfsprekend geworden, dat je jezelf nauwelijks meer voor kunt stellen hoe het is om die kennis niet te bezitten. Daarmee loop je het risico dat je de theorie te weinig afstemt op de belevingswereld van de cursisten.

Als je specialistische kennis effectief wilt overbrengen, dien je de basisconcepten een voor een toe. Als je een concept hebt besproken, check je steeds of de cursisten je kunnen volgen. Soms is het genoeg om simpelweg te vragen of er onduidelijkheden zijn. Als je activerende didactiek wilt toepassen, kun je beter een van de cursisten verzoeken om samen te vatten wat je net hebt verteld. Als hij of zij daarin slaagt, kun je door. Is dat niet het geval? Dan moet je achterhalen waar de onduidelijkheid in schuilgaat.

3. Toepassing

Je geeft een training omdat je wilt dat de cursisten iets leren. Voorafgaand aan de training moeten de leerdoelen voor jou en de cursisten duidelijk zijn: meestal gaat het om kennis, vaardigheden of gedrag. De sessie zelf draait om de actieve verwerving van de leerstof. De cursisten moeten dan ook voldoende ruimte krijgen om te oefenen en zich de materie eigen te maken.

Deze actieve verwerking kan individueel maar ook in samenwerking plaatsvinden, afhankelijk van wat je wilt bereiken. 7 Is de training kennisgedreven? Dan kunnen je de cursisten individueel of in tweetallen aan het werk zetten. Als je vaardigheden of gedrag traint, is het juist aan te raden de cursisten plenair of in subgroepen te laten oefenen. Ze leren namelijk niet alleen maar van wat ze doen, maar ook van wat ze observeren bij medecursisten.

4. Reflectie

Activerende didactiek vereist dat je de cursisten in staat stelt op hun eigen leerproces te reflecteren. Daarmee stimuleer je de metacognitie: dat is de kennis die ze over hun eigen kennis hebben. 8 Als de training afgelopen is, wil je dat de cursisten zich bewust zijn van wat ze hebben geleerd, hoe ze dat hebben gedaan en tot welke resultaten dat heeft geleid. Ook wil je dat ze in staat zijn te benoemen welke stappen ze nog moeten zetten om het leerproces verder te voltooien.

De reflectiefase tijdens je training kan op verschillende manieren plaatsvinden. Zo kunt je werkvormen gebruiken waarin de cursisten elkaar feedback geven. Dat is op zichzelf overigens nog niet genoeg: ze moeten ook de ruimte krijgen om deze feedback te verwerken. Je kunt ook opdrachten geven waarin ze in een kort tijdsbestek de belangrijkste leerpunten van de training op papier zetten. Op die manier dwing je ze om grondig te reflecteren op het leerproces en de belangrijkste punten expliciet te maken.

Logitech Spotlight Presentation Remote kopen?

Pas jij succesvol activerende didactiek toe?

Activerende didactiek kent veel verschillende kanten. Door de hierboven beschreven stappen te volgen, dwing je jezelf om voldoende activerende momenten en elementen in je trainingen te verwerken. Dat zorgt ervoor dat jij je kunt focussen op je rol als trainer, terwijl de cursist de ruimte krijgt om zijn eigen leerproces te doormaken.

Bronnen

  1. Ambrose, S.A. et al. (2010). How learning works: Seven research-based principles for smart teaching. San Francisco: Jossey-Bass, p. 5. ↩︎
  2. Yannier N. et al. (2021). ‘Active learning: “Hands-on” meets “minds-on”.’ Science 374, p. 26-30. ↩︎
  3. Ebbens, S., Ettekoven, S en Spijkerboer, L. (2020). Effectief leren. De docent als regisseur. Groningen: Noordhoff. ↩︎
  4. Ambrose, S.A. et al. (2010). How learning works: Seven research-based principles for smart teaching. San Francisco: Jossey-Bass, p. 9. ↩︎
  5. Kirschner, P.A. et al. (2019). Wijze lessen: twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek. Meppel: Ten Brink, p. 37. ↩︎
  6. Ambrose, S.A. et al. (2010). How learning works: Seven research-based principles for smart teaching. San Francisco: Jossey-Bass, p. 120. ↩︎
  7. Kirschner, P.A. et al. (2019). Wijze lessen: twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek. Meppel: Ten Brink, p. 97. ↩︎
  8. Ambrose, S.A. et al. (2010). How learning works: Seven research-based principles for smart teaching. San Francisco: Jossey-Bass, p. 191. ↩︎

TAGS

Ontwikkel je didactische vaardigheden

Wij zijn Centrum voor Didactiek. Wij helpen jou als professional je didactische vaardigheden verbeteren. Dat doen we in de vorm van training en coaching. Verder delen we kennis over alles wat te maken heeft met didactiek.

Ontwikkel je didactische vaardigheden

Wij zijn Centrum voor Didactiek. Wij helpen jou als professional je didactische vaardigheden verbeteren. Dat doen we in de vorm van training en coaching. Verder delen we kennis over alles wat te maken heeft met didactiek.

×