Bel ons:

Vier soorten kennis

Vier soorten kennis

Kennis is de enige grondstof die toeneemt bij uitputtend gebruik. Dat zei voormalig senator Alexander Rinnooy Kan ooit. Welke soorten kennis kunnen we eigenlijk onderscheiden?

We leven in een samenleving waarvan de economische groei grotendeels voortkomt uit kennis. Dankzij kennis zijn we in staat te innoveren, waardoor we nieuwe producten kunnen maken en diensten kunnen leveren. In deze omstandigheden is kennisoverdracht een cruciale vaardigheid.

Kennis: wat is dat eigenlijk?

Als je inzoomt op kennis als begrip, kom je erachter dat het een veelomvattend verschijnsel is. Alleen de Dikke Van Dale geeft al elf definities, uiteenlopend van ‘het geheel wat iemand weet’ tot aan de ‘door onderzoek, studie of oefening verkregen bekendheid met iets’. Algemener kun je stellen dat kennis alles omvat wat we weten of kunnen weten: informatie, vaardigheden, inzichten, ervaringen, enzovoorts.

Vier soorten kennis

Als je leerdoelen vaststelt, bijvoorbeeld met behulp van de taxonomie van Bloom, denk je na over wat je de cursist wil bijbrengen. Het is belangrijk je bewust te zijn dat je verschillende vormen van kennis kunt onderscheiden die allemaal andere eigenschappen hebben. We bespreken een traditionele indeling in vier soorten kennis: feitelijk, procedureel, conditioneel en metacognitief.

1. Feitelijk

De eerste soort kennis is erop gericht specifieke informatie te onthouden en te herkennen, zonder dat een dieper begrip of specifieke toepassing daarvan vereist is. Als je de feitenkennis van je cursisten wilt bijspijkeren, gaat het erom dat ze feitelijke informatie tot zich nemen: definities van termen, concrete feiten, specifieke details, enzovoorts. De kennis is op dit niveau niet per se contextgebonden, maar kan dat wel zijn. In bepaalde beroepen moet je bijvoorbeeld productnamen kennen, symbolen snappen en op de hoogte zijn van de heersende theorieën. 1

2. Conceptueel

De tweede soort kennis draait erom dat je de onderlinge relaties begrijpt tussen de basiselementen binnen een grotere structuur. Het gaat er bijvoorbeeld om dat je classificaties en categorieën kent, maar ook begrijpt hoe deze indeling tot stand is gekomen. Het kan ook gaan om kennis van abstracte regels, wetmatigheden en inzichten waarmee je verschijnselen kunt verklaren. Daarnaast heeft deze vorm van kennis betrekking op theorieën, modellen en structuren. Het is dus niet voldoende om te weten dat deze informatie bestaat, maar je moet een dieper begrip hebben van de onderliggende relaties, principes en structuren die de informatie betekenisvol maken. 2

3. Procedureel

De derde soort kennis draait om vakspecifieke vaardigheden, technieken en methoden, en criteria om te bepalen wanneer specifieke procedures moeten worden gebruikt. Het gaat erom dat je weet hoe je iets moet doen, welke onderzoeksmethoden je moet hanteren en welke criteria je kunt volgen om te bepalen welke vaardigheden, technieken en methoden je moet toepassen. Procedurele kennis is dus gericht op de toepassing van kennis in de praktijk. 3

4. Metacognitief

De vierde soort kennis refereert aan je bewustzijn over je eigen denken en leren en het vermogen je leerproces te reguleren en te sturen. Het houdt onder meer in dat je van jezelf weet hoe je leert, denkt en problemen oplost. Daarnaast gaat het over cognitieve taken en hoe jij die optimaal uitvoert, bijvoorbeeld hoe je iets analytische vermogens functioneren en bij welk creatieve proces je het beste gedijt. Tot slot gaat het over zelfkennis. In hoeverre heb je zicht op je eigen krachten, zwaktes, interesses en voorkeuren met betrekking tot leren en denken. Deze kennis stelt je in staat je leerproces bewust te sturen en te optimaliseren op basis van zelfinzicht en strategische kennis.

Herken jij de verschillende soorten kennis?

De vier soorten kennis die we hierboven hebben besproken verhouden zich hiërarchisch tot elkaar. Feitenkennis vormt de basis voor conceptuele, procedurele en metacognitieve kennis. Als je een leertraject ontwikkelt is het waardevol deze verschillende soorten te kunnen onderscheiden en de verbanden ertussen te zien. Dat stelt je in staat de stof af te stemmen op de cursisten en het effect dat je bij ze wilt bewerkstelligen.

Bronnen

  1. Anderson, L. W. en Krathwohl, D. R. (2001). A taxonomy for learning, teaching, and assessing: A revision of Bloom’s taxonomy of educational objectives. Londen: Longman, p. 62-63. ↩︎
  2. Anderson, L. W. en Krathwohl, D. R. (2001). A taxonomy for learning, teaching, and assessing: A revision of Bloom’s taxonomy of educational objectives. Londen: Longman, p. 64-65. ↩︎
  3. Anderson, L. W. en Krathwohl, D. R. (2001). A taxonomy for learning, teaching, and assessing: A revision of Bloom’s taxonomy of educational objectives. Londen: Longman, p. 64-65. ↩︎

TAGS

Ontwikkel je didactische vaardigheden

Wij zijn Centrum voor Didactiek. Wij helpen jou als professional je didactische vaardigheden verbeteren. Dat doen we in de vorm van training en coaching. Verder delen we kennis over alles wat te maken heeft met didactiek.

Ontwikkel je didactische vaardigheden

Wij zijn Centrum voor Didactiek. Wij helpen jou als professional je didactische vaardigheden verbeteren. Dat doen we in de vorm van training en coaching. Verder delen we kennis over alles wat te maken heeft met didactiek.

×